Naar hoofdinhoud
Een aanvraag tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang voor personen bedoeld in artikel 22 van de wet bevat: naam, adres, geboortedatum en sofi-nummer van de ouder; als dit van toepassing is: naam, geboortedatum en sofi-nummer van de partner en, indien dit een ander adres is dan het adres van de ouder: het adres van de partner; naam, geboortedatum en (zo mogelijk) sofi-nummer van het kind of de kinderen waarop de aangevraagde tegemoetkoming betrekking heeft; een offerte of contract van het kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen waarin in ieder geval wordt aangegeven : het aantal uren kinderopvang per kind, de kostprijs per uur en de aanvangsdatum van de opvang; gegevens of een verwijzing naar gegevens waaruit blijkt dat de ouder behoort tot de groep personen als bedoeld in artikel 22 van de wet; overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming; Een aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang, voor personen waarvoor mogelijk een sociaal-medische indicatie geldt zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel k en/of l van de wet, bevat de gegevens zoals aangegeven in het vorige lid onder a, b, c, e en f. Zodra vastgesteld is dat er sprake is van een sociaal-medische indicatie, kan het college verzoeken de gegevens zoals bedoeld in lid 1 onder d te overleggen. Voordat het college een besluit neemt op de aanvraag zoals bedoeld onder lid 2 wint het college advies in bij een onafhankelijke organisatie die over voldoende deskundigheid beschikt. Het college kan bepalen dat voor de aanvraag gebruik gemaakt wordt van een door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld aanvraagformulier. Als de ouder een partner heeft, wordt de aanvraag mede ondertekend door de partner.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel