Naar hoofdinhoud
De in artikel 1, onder a genoemde rechten worden niet geheven van: a) schepen van het Koninklijk Huis of buitenlandse staatshoofden toebehorend; b) hospitaalschepen, toebehorende aan een der staten genoemd in de wet van 30 december 1905, Stbl. nr. 383 en hospitaalschepen in gebruik als vakantieschepen ten behoeve van zieken en mensen met een beperking (ziekengastschepen); c) de bij enig vaartuig behorende roeiboten; d) vaartuigen die de haven binnenlopen, uitsluitend ter verkrijging van noodzakelijke geneeskundige hulp voor zich aan boord bevindende zieken; e) vaartuigen, waarmee van het gemeentelijk vaarwater gebruik wordt gemaakt ten behoeve van werkzaamheden aan de gemeentelijke havens, havenwerken, kaden en bruggen; f) rijksvaartuigen, zijnde marine-, politie-, douane-, betonningsvaartuigen e.d.; g) de vaartuigen rechtstreeks in gebruik bij en in eigendom van de publiekrechtelijke lichamen (waterschap en rijkswaterstaat) en reddingsmaatschappijen; h) vaartuigen die gebruik maken van een kade en waarvoor ten behoeve van het gebruik van die kade een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel