Een leefeenheid is primair zelf verantwoordelijk voor het eigen huishouden, met inbegrip van het bevorderen en in standhouden van gezondheid, levensstijl en de wijze waarop de huishouding wordt gevoerd. Dat betekent, dat van een leefeenheid verwacht wordt dat, bij uitval van een van de leden van die leefeenheid, gestreefd wordt naar een herverdeling van de huishoudelijke taken binnen de leefeenheid (gebruikelijke hulp).
Met het begrip leefeenheid worden alle bewoners van één adres aangeduid, die samen een gezamenlijke huishouding voeren. Een leefeenheid kan door gehuwden en ongehuwden en door meerderjarigen en minderjarigen worden gevormd. Als er sprake is van kamerverhuur, rekenen we de huurder van de betreffende ruimte niet tot het huishouden.
Bij de beoordeling van de noodzaak en het aantal uren hulp bij het huishouden wordt daarom uitgegaan van de specifieke persoonskenmerken van de inwoner zijn situatie met huisgenoten en sociale omgeving.
Gebruikelijke hulp
Van gebruikelijke hulp is sprake indien er een huisgenoot aanwezig is, die in staat kan worden geacht het huishoudelijk werk over te nemen. Onder huisgenoot wordt verstaan: een persoon die, ofwel op basis van een familieband, ofwel op basis van een bewuste keuze, één huishouden vormt met de persoon die beperkingen ondervindt. Een huisgenoot is bijvoorbeeld een inwonend kind, maar zijn ook inwonende ouders. Of sprake is van inwoning wordt naar de concrete feitelijke situatie beoordeeld. Daarbij staat inwonend tegenover het hebben van een volledig eigen en zelfstandige huishouding, waarbij er geen zaken zoals huisnummer, kosten nutsvoorzieningen en voordeur door elkaar lopen. Als mensen zelfstandig samenwonen op één adres en gemeenschappelijke ruimten delen bijvoorbeeld in het geval van een woongemeenschap van ouderen of gehandicapten, wordt er van uitgegaan dat het aandeel in het schoonmaken van die ruimten bij uitval van een van de leden wordt overgenomen door de andere leden van de leefeenheid. De eventuele indicatie voor hulp bij het huishouden betreft dan alleen de eigen woonruimte (kamers) van de inwoner.
Gebruikelijke hulp heeft een verplichtend karakter en hierbij wordt geen onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie, cultuur, gezinssamenstelling, drukke werkzaamheden of persoonlijke opvattingen over het verrichten van huishoudelijke werkzaamheden. Bij gebruikelijke hulp wordt wel rekening gehouden met de leeftijd van de huisgenoot. Bij gebruikelijke hulp wordt uitgegaan van de mogelijkheid om naast een volledige baan een huishouden te kunnen runnen. Alleen bij daadwerkelijke afwezigheid van de huisgenoot gedurende een aantal dagen en nachten zullen de niet-uitstelbare taken overgenomen kunnen worden. Bij het zwaar en licht huishoudelijk werk gaat het veelal om uitstelbare taken. Alleen als schoonmaken niet kan blijven liggen (regelmatig geknoeide vloeistoffen en eten) zal dat direct moeten gebeuren. Hier zal dan ondanks de gedeeltelijk gebruikelijke zorg wel voor geïndiceerd worden.
Bijdrage van inwonende kinderen aan het huishouden
Van inwonende kinderen kan, afhankelijk van hun leeftijd en psychosociaal functioneren, een bijdrage worden verwacht in de huishoudelijke taken.
Kinderen tot en met 5 jaar leveren geen bijdrage aan de huishouding.
Kinderen van 6 tot 12 jaar worden naar hun eigen mogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden als opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, kleding in de wasmand gooien of een boodschap doen.
Kinderen vanaf 12 jaar kunnen, naast bovengenoemde taken, hun eigen kamer op orde houden; dat wil zeggen rommel opruimen, stofzuigen en bed opmaken/dicht- slaan/verschonen. Ook kan van hen worden verwacht, dat zij schone was opruimen.
Van een meerderjarige tot 21 jaar wordt verwacht dat hij/zij een eenpersoonshuishouden kan voeren.
Vanaf de leeftijd van 21 jaar wordt men geacht om volledig zorg te kunnen dragen voor een meerpersoonshuishouden.
Overbelasting
Wanneer een huisgenoot overbelast blijkt te zijn door de zorg voor de inwoner kan tijdelijk hulp bij het huishouden worden ingezet. De overbelasting kan worden vastgesteld door de medisch adviseur. Van inwoner en huisgenoot wordt dan verwacht dat zij (eventueel met ondersteuning van de consulent of cliëntondersteuner) onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om de overbelasting te verminderen, zodat op den duur de huishoudelijke taken weer door de huisgenoot kunnen worden overgenomen. Alleen wanneer blijkt dat, na een tijdelijke indicatie en ondanks pogingen van betrokkenen om tot oplossingen te komen, het echt niet mogelijk is om de overbelasting te reduceren, kan langdurig hulp bij het huishouden worden ingezet.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.1
Eigen verantwoordelijkheid en gebruikelijke hulp
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Oost Gelre