Wij onderscheiden de volgende woonvoorzieningen:
Een losse woonvoorziening. Dit zijn voorzieningen die niet aard- en nagelvast in de woning worden bevestigd. (voorbeelden hiervan zijn onder meer een toiletstoel, verrijdbare douchestoel of een tillift).
Een woningaanpassing. Hieronder valt zowel een bouwkundige ingreep (een verbouwing) als een woontechnische ingreep (het aanbrengen van speciale voorzieningen in de woning zonder aantasting van het gebouw) in of aan een woonruimte. Het is een aanpassing die aard- en nagelvast in of aan de woning wordt verankerd. (voorbeelden hiervan zijn onder meer een douchezitje aan de muur, traplift, een ophoging van de tegels bij de voordeur, een aanbouw of een woonunit);
Hulp bij verhuizing en inrichting.
Losse woonvoorzieningen hebben als voordeel dat ze vaak snel kunnen worden ingezet en meestal voordeliger zijn. Ze zijn vaak ook voor meerdere doeleinden bruikbaar (bijvoorbeeld: een douchestoel ook gebruiken om aan de wastafel te zitten of om op te zitten bij het aankleden) en ze kunnen worden meegenomen in geval van verhuizing. Losse woonvoorzieningen zijn daarom veelal voorliggend op een woningaanpassing.
Voor woonvoorzieningen wordt een bijdrage in de kosten gevraagd. Bij minderjarigen wordt alleen een bijdrage in de kosten gevraagd bij een woningaanpassing.
Hoofdstuk 6.
Artikel 6.1
Soorten woonvoorzieningen
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Oost Gelre