Naar hoofdinhoud
In deze beleidsregel wordt verwezen naar: de begripsbepalingen en berekeningswijze van de geurbelasting uit de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv); de beoordeling of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’, zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro); de overeenkomstige bepalingen in de Omgevingswet (Ow) en haar uitvoeringsregels, waaronder het Besluit Kwaliteit Leefomgeving, en de regels die onderdeel zijn van het tijdelijk deel van het gemeentelijk omgevingsplan; de bepalingen en bevoegdheden in het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (eenentwintigste tranche); Odour units (OuE/m3. P98): geurconcentratie als aantallen Europese odour units in een volume-eenheid lucht (OuE/m3), gemeten volgens de NEN-EN 13725:2003. Hierbij wordt voor de geurbelasting uitgegaan van het gebruikelijke 98-percentiel geurconcentratie. Hetgeen betekent dat de – met een verspreidingsmodel – berekende geurconcentratie gedurende 98 procent van de tijdseenheid niet wordt overschreden; Achtergrondbelasting geur: de cumulatieve geurbelasting uit stallen van alle veehouderijen in de omgeving van het geurgevoelige object; Voorgrondbelasting geur: de geurbelasting veroorzaakt door geur uit stallen van een veehouderij.

Rechtspraak bij dit artikel