Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Vrijstelling

Onderdeel van Verordening afvalstoffenheffing Laarbeek 2025

1.. Een belastingplichtige die middels een medische verklaring kan aantonen dat ten gevolge van een ziekte of een lichamelijk ongemak op zijn of haar perceel permanent beduidend meer restafval wordt geproduceerd dan op een perceel waar geen sprake is van deze ziekte of dat lichamelijk ongemak wordt op schriftelijk verzoek achteraf vrijstelling verleend van een gedeelte van de belasting als bedoeld in artikel 4, tweede lid. 2.. De vrijstelling voor de verwijdering van restafval voor het jaar 2025 is voor de gebruiker van een 25 liter emmer maximaal 9 ledigingen; voor de gebruiker van een 80 liter container maximaal 9 ledigingen; voor de gebruiker van een 140 liter container maximaal 8 ledigingen en voor de gebruiker van een 240 liter container maximaal 6 ledigingen. Over de eerste 4 ledigingen in het belastingjaar wordt geen vrijstelling gegeven. 3.. Een belastingplichtige die middels een medische verklaring kan aantonen dat ten gevolge van een ziekte of lichamelijk ongemak op zijn of haar perceel permanent beduidend meer restafval wordt geproduceerd dan op een perceel waar geen sprake is van deze ziekte of dat lichamelijk ongemak kan op verzoek vrijstelling verleend worden van de belasting voor het aanvragen van een extra (tweede) container voor restafval, mits dit voorafgaand aan de levering van de container is aangevraagd. De container wordt dan kosteloos geleverd. 4.. De vrijstelling kan worden aangevraagd binnen zes weken na ontvangst van de belastingaanslag. 5.. Indien de belastingplicht is ontstaan in de loop van het belastingjaar is het bedrag van de vrijstelling gelijk aan zoveel twaalfde gedeelte van het volgens het tweede lid van dit artikel berekende bedrag als de belastingplichtige in dat belastingjaar vastrecht als bedoeld in artikel 4, eerste lid, verschuldigd is. 6.. Indien de ziekte of het lichamelijk ongemak is ontstaan in de loop van het belastingtijdvak is het bedrag van de vrijstelling gelijk aan zoveel twaalfde gedeelte van het volgens het tweede lid van dit artikel berekende bedrag als de belastingplichtige of de medebewoner van het perceel waarvoor hij belastingplichtig is in dat belastingtijdvak volle maanden een ziekte of lichamelijk ongemak heeft als bedoeld in het eerste lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel