1. De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, voor het parkeren van een voertuig
op een parkeerapparatuurplaats op het maaiveld, wordt niet geheven van een houder van een
geldige gehandicaptenparkeerkaart.
2. De vrijstelling is uitsluitend van toepassing indien de gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in
het eerste lid met de daartoe bestemde zijde op een van buitenaf duidelijk zichtbare en leesbare
plaats direct achter de voorruit van het voertuig is geplaatst of het voertuig is voorzien van een digitale parkeerkaart.
Artikel 12
Vrijstelling
Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN PARKEERBELASTINGEN MIDDELBURG 2025