** 1. .** Jaarlijks stelt het college de voorjaarsnota op waarin het budgettaire kader meerjarig is weergegeven. Deze voorjaarsnota vormt het uitgangspunt voor het opstellen van de meerjarenbegroting.
** 2. .** Het college biedt jaarlijks, uiterlijk op 16 september, de raad een ontwerp aan voor de begroting met toelichting van de gemeente en een meerjarenraming met toelichting voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren.
** 3. .** Met het vaststellen van de programmabegroting stelt de gemeenteraad voor ieder programma en het overzicht overhead het volgende vast:
de doelstellingen;
de financiële middelen voor het begrotingsjaar;
de meerjarenbegroting.
** 4. .** In de paragraaf bedrijfsvoering van de programmabegroting neem het college in ieder geval een overzicht op dat inzicht geeft in de apparaatslasten en de kosten van inhuur externen. Het totaal van de apparaatslasten primair proces is onderverdeeld naar programma’s.
** 5. .** Met het vaststellen van de programmabegroting stelt de gemeenteraad de indicatoren vast met de daarbij behorende ambitie.
** 6. .** In de programma’s en het overzicht overhead binnen de beleidsbegroting geeft het college de lasten en baten weer, inclusief de toevoegingen aan reserves en onttrekkingen aan reserves.
** 7. .** In de financiële begroting presenteert het college per programma en het overzicht overhead, de lasten, baten, toevoegingen en onttrekkingen afzonderlijk. De financiële begroting vormt de wettelijke grondslag voor de budgetautorisatie door de gemeenteraad.
** 8. .** De gemeenteraad stelt op programmaniveau en voor het overzicht overhead de lasten, baten, toevoegingen aan en onttrekkingen uit reserves vast.
** 9. .** Het college is bevoegd middelen te heralloceren, binnen deze gestelde kaders, zolang er op programmaniveau en binnen het overzicht overhead geen sprake is van een vermeerdering of vermindering van de lasten, baten, toevoegingen aan of onttrekkingen uit bestemmingsreserves van de programmabegroting. Hierbij geldt dat geen verplichtingen kunnen worden aangegaan zonder financiële dekking.
** 10 .** De beleidsbegroting bevat de in artikel 9, tweede lid, BBV voorgeschreven paragrafen, zijnde:
lokale heffingen;
weerstandsvermogen en risicobeheersing;
onderhoud kapitaalgoederen;
financiering;
bedrijfsvoering;
verbonden partijen;
grondbeleid;
openbaarheid.
** 11. .** In aanvulling op het tiende lid kunnen het college en de gemeenteraad voorstellen doen om extra paragrafen op te nemen.
** 12. .** Bij de opstelling van de programmabegroting past het college het voorzichtigheidsbeginsel toe:
baten worden alleen geraamd indien ze voldoende zeker zijn;
lasten worden geraamd indien verwacht wordt dat deze zich voordoen; en
bezuinigingen worden direct in de begroting verwerkt, uiterlijk bij het volgende besluitvormingsmoment over de meerjarenbegroting, nadat besluitvorming hierover heeft plaatsgevonden door het college.
** 13. .** Alleen na integrale afweging in de begrotingsvoorbereiding kan het deel van de algemene reserve boven de norm van het weerstandsvermogen worden ingezet.
** 14. .** Voor de interne toerekening van rentekosten hanteert de gemeente een omslagrente. Bij het vaststellen van de programmabegroting wordt de hoogte van de omslagrente vastgesteld.
Hoofdstuk 3
Artikel 3:2
De Programmabegroting
Onderdeel van Algemene verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2025