** 1. .** Het college neemt pas een besluit tot de oprichting, ontbinding, deelneming, danwel beëindiging van deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, nadat de gemeenteraad in de gelegenheid is gesteld om haar wensen en bedenkingen te uiten ten aanzien van het ontwerpbesluit.
** 2. .** De oprichting danwel ontbinding van of deelneming danwel beëindiging van deelneming in een gemeenschappelijke regeling, vergt de expliciete instemming van de gemeenteraad, conform artikel 1, vierde lid, van de Wet op de gemeenschappelijke regelingen.
** 3. .** In een ontwerpbesluit tot oprichting van, of deelname in een verbonden partij, neemt het college minimaal op:
de expliciete koppeling van het doel van de verbonden partij aan een Haags publiek belang;
de risico's en beheersmaatregelen, en de exit-mogelijkheden;
het motief om deel te nemen aan de verbonden partij en de taak niet zelf uit te voeren, of deze uit te besteden of hiervoor subsidie te verlenen;
de betrokkenheid en wijze van informatievoorziening aan de gemeenteraad;
de herijkings- of evaluatiemomenten.
** 4. .** Het college stelt periodiek een Nota Verbonden Partijen op die ter vaststelling aan de gemeenteraad wordt aangeboden.
** 5. .** In de paragraaf Verbonden Partijen wordt per verbonden partij opgenomen welke risico’s van materiële betekenis kunnen zijn voor de positie van de gemeente.
** 6. .** Het college voert iedere raadsperiode een herijking uit voor alle verbonden partijen. De herijking wordt ter kennisname aangeboden aan de gemeenteraad.
Hoofdstuk 4
Artikel 4:3
Verbonden partijen
Onderdeel van Algemene verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2025