Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4:8

Voorwaarden voor activering van investeringen

Onderdeel van Algemene verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2025

1. . Voor de kapitaalgoederen met een economisch nut geldt dat: uitgaven aan vastgoed en sportaccommodaties van € 150.000 of meer voor het totaal van het project worden geactiveerd en uitgaven van minder dan € 150.000 voor het totaal van een project ten laste komen van het betreffende programma- en activiteitenbudget; uitgaven aan overige kapitaalgoederen gelijk aan of groter dan € 50.000 per stuk worden geactiveerd en uitgaven kleiner dan € 50.000 per stuk in het jaar van aanschaf ten laste komen van het betreffende programma- en activiteitenbudget; uitgaven aan werkplekinrichting en werkplekuitrusting en aan duurzaamheidsinvesteringen worden als gelijksoortig beschouwd en worden geactiveerd indien de totale aanschafwaarde in een jaar € 50.000 of meer is. 2. . Voor investeringen met een meerjarig maatschappelijk nut geldt dat: uitgaven worden geactiveerd indien er sprake is van een eerste aanleg, een integrale vervanging van een actief of herinrichtingen van bijvoorbeeld straten, pleinen, wegen, en parken, waarbij een geheel nieuwe uitstraling ontstaat; uitgaven worden geactiveerd indien er op begrotingsbasis sprake is van een totaal investeringsbedrag van meer dan € 2,5 mln. Hiertoe behoren ook investeringen die logischerwijs met elkaar samenhangen en daarmee als één investering gezien worden; in het geval dat een investeringsproject bij de realisatie onvoorzien lager uitvalt dan € 2,5 mln., deze in de programmarekening toch als een investering wordt aangemerkt en aldus geactiveerd wordt; de activeringsgrens van € 2,5 mln. niet van toepassing is op uitgaven in de openbare ruimte die aan de grondexploitatie toegerekend worden. Deze lasten kunnen direct ten laste van de grondexploitatie worden gebracht en worden niet geactiveerd, zoals bepaald in de Verordening betreffende de Beheersregels Grondexploitaties en Strategisch bezit, gemeente Den Haag 2018. 3. . Bij een bestaand actief is sprake van een investering indien de uitgaven: leiden tot een significante kwaliteitsverbetering; leiden tot een levensduurverlenging; of dienen om aanpassingen te treffen om te voldoen aan wet- en regelgeving. 4. . Wanneer uitgaven worden gedaan ten behoeve van het behoud van de oorspronkelijke kwaliteit en levensduur van een actief, is sprake van onderhoud en niet van investeren.

Rechtspraak bij dit artikel