** 1. .** Het college is verantwoordelijk voor de vorming van voorzieningen.
** 2. .** Voorzieningen zijn dekkend voor de achterliggende verplichtingen en risico’s. Actualisatie van de voorziening vindt minimaal eenmaal per jaar plaats. Overschotten of tekorten worden verrekend met het oorspronkelijke beleidsprogramma. Resultaten op de grondexploitaties worden verrekend met de reserve Grondbedrijf.
** 3. .** Indien het college leningen en garanties verstrekt aan derden, worden de risico’s ten laste van het betreffende beleidsprogramma gebracht.
** 4. .** Voor middelen afkomstig van derden met een specifiek bestedingsdoel wordt een voorziening gevormd. Uitzondering hierop vormen middelen met een specifiek bestedingsdoel van nationale en Europese overheden. Deze middelen worden conform het BBV via de exploitatie en de overlopende activa dan wel passiva verantwoord.
** 5. .** Voor een voorziening ingesteld met middelen van derden gelden de volgende uitgangspunten:
er is een onderbouwd en gekwantificeerd meerjarenplan waarmee het bestedingspatroon vastligt;
het bestedingspatroon mag boekjaar overschrijdend zijn, mits dit in het meerjarenplan is aangegeven.
het meerjarenplan is onderdeel van de programmabegroting en wordt voor minimaal vier jaar opgesteld.
** 6. .** Egalisatievoorzieningen zijn gevormd conform artikel 44, eerste lid, onderdeel c, BBV en gelden voor leges opbreekvergunningen, afvalstoffenheffing en riolering.
** 7. .** Het college stelt een reorganisatievoorziening alleen in wanneer sprake is van:
een reorganisatiebesluit conform het Sociaal Beleidskader (SBK) van de gemeente;
een raming van kosten direct samenhangend dan wel voortvloeiend uit de reorganisatie van tenminste € 2,5 mln.
** 8. .** Conform het BBV worden er geen voorzieningen gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten van vergelijkbaar volume. Bij de analyse om te bepalen of er sprake is van een vergelijkbaar volume wordt een tijdsperiode van vier jaar genomen.
** 9. .** Overige voorzieningen worden gevormd voor zekere of te verwachten kwantificeerbare verplichtingen en verliezen.
** 10. .** Tot overige voorzieningen behoren ook voorzieningen die strekken tot gelijkmatige verdeling van de lasten over een aantal begrotingsjaren.
** 11. .** Een voorziening wordt jaarlijks onderbouwd en gekwantificeerd door een meerjarenplan. Het bestedingspatroon ligt daardoor vast.
** 12. .** Het college ziet erop toe dat de hoogte van de voorziening toereikend is en zorgt jaarlijks voor voldoende voeding aan de voorziening om aan de onderliggende verplichtingen te kunnen voldoen, of laat het niet langer benodigde deel van de voorziening vrijvallen ten gunste van het resultaat.
** 13 .** Dit artikel is ook van toepassing op voorzieningen die tegen contante waarde zijn opgenomen.
Hoofdstuk 5
Artikel 5:11
Voorzieningen
Onderdeel van Algemene verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2025