** 1. .** De gemeenteraad besluit bij de programmarekening over de bestemming van het jaarrekeningresultaat, de resultaatbestemming. De resultaatbestemming bestaat uit drie volgordelijke onderdelen.
** 2. .** Ten eerste worden saldo neutrale mutaties doorgevoerd zodat de resultaten aan de juiste programma’s worden toegerekend, waarbij:
administratieve technische correcties worden verwerkt die ervoor zorgen dat onterechte en onbedoelde voordelen en nadelen tussen programma’s worden verrekend;
resultaten op gemeentebrede projectreserves op programma 15 worden verrekend;
** 3. .** Ten tweede vinden verrekeningen van het resultaat plaats op basis van de verordening, spelregels en bestuurlijke afspraken, waarbij:
resultaten op de BUIG worden verrekend met de algemene reserve;
resultaten op de activiteit verkiezingen worden verrekend met de reserve verkiezingen;
resultaten grondexploitaties worden verrekend met de reserve Grondbedrijf;
resultaten op onderhoud vastgoed worden verrekend met de reserve onderhoud vastgoed;
resultaten op onderhoud sportaccommodaties worden verrekend met de reserve onderhoud sportaccommodaties;
specifieke bestuurlijke afspraken worden verrekend met de bijbehorende programma’s en reserves.
** 4. .** Tenslotte wordt het overig resultaat per afzonderlijk programma verdeeld, waarbij:
het resultaat op de overige programma’s inclusief de apparaatslasten primair proces wordt verrekend met de programmareserve van het betreffende programma conform artikel 5.7;
het resultaat op het overzicht overhead wordt verrekend met de centrale bedrijfsvoeringsreserve;
het resultaat op programma Financiën wordt verrekend met de algemene reserve;
de programmareserves, centrale bedrijfsvoeringsreserve, reserve onderhoud vastgoed en de reserve onderhoud sportaccommodaties een maximale hoogte kennen, waarbij in geval van overschrijding het overschot wordt toegevoegd aan de algemene reserve.
Hoofdstuk 5
Artikel 5:2
Resultaatbestemming
Onderdeel van Algemene verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2025