Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 9 van de ASV weigert het college een subsidie als:
De aanvraag is gedaan door een rechtspersoon met rechtspersoonlijkheid.
De aanvraag is gedaan namens meerdere makers of vanuit een samenwerkingsverband van makers.
Meerdere aanvragers separaat een aanvraag indienen voor dezelfde samenwerking.
Het project aanvangt of plaatsvindt voordat de uitslag op de subsidieaanvraag bekend is gemaakt.
De aanvraag kosten betreft die door de subsidieaanvrager zijn gemaakt voor een besluit op de subsidieaanvraag is genomen.
De aanvraag in overwegende mate gericht is op het volgen van lessen of vakken binnen het bestaande curriculum van een instelling voor hoger onderwijs of universiteit of waarbij een instelling voor hoger onderwijs of een universiteit als samenwerkingspartner is betrokken.
De aanvraag de reguliere huur van de woning of studio van de maker betreft.
De aanvraag materiaalkosten betreft die niet direct gebonden zijn aan het project.
Het project al eerder subsidie heeft ontvangen vanuit het programma Cultuur.
De aanvraag voornamelijk is gericht op het tijdelijk en/of permanent in dienst nemen/aantrekken van additionele (arbeids-)krachten (loondienst en/of ZZP) om op die manier een capaciteitsprobleem op te lossen.
De aanvraag is gedaan door een maker die geen binding heeft met Amstelveen.
De aanvraag gericht is op vaardigheden die, naar het oordeel van het college, ook zonder subsidie kunnen worden aangeleerd.
Er tussen het moment van het afronden van het project behorend bij de eerste toegekende subsidie en de tweede subsidieaanvraag niet minimaal een half jaar is verstreken.
De aanvraag op een meerderheid van de criteria die zijn genoemd in artikel 9 van deze regeling onvoldoende overtuigend is.
Door toekenning van de subsidie het subsidieplafond wordt overschreden.
Hoofdstuk 3
Artikel 11