Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.1.

Draagkracht uit inkomen en vermogen

Onderdeel van Beleidsregels werk, inkomen en bijzondere vergoedingen Lingewaard 2025

Voor de berekening van het inkomen volgens dit hoofdstuk vergelijken we inkomsten inclusief vakantietoeslag altijd met de toepasselijke bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag en inkomsten zonder vakantietoeslag met de norm zonder vakantietoeslag. Bij een combinatie van inclusief en exclusief rekenen we één van beide om. Recht op bijzondere bijstand bestaat alleen als iemand de kosten niet zelf kan betalen. Het bedrag dat de inwoner zelf kan betalen, noemen we draagkracht. Om de draagkracht te berekenen kijken we naar inkomen en vermogen. De draagkracht uit inkomen stellen we vast op het inkomen boven 120% van de toepasselijke bijstandsnorm. Bij een aanvraag om woonkostentoeslag of woninginrichting stellen we de draagkracht vast op het inkomen boven 100% van de bijstandsnorm. We gaan bij de berekening uit van het inkomen in de maand vóór de aanvraag. Bij erg wisselende inkomsten gaan we uit van het gemiddelde over de laatste drie maanden. Het bedrag boven 120% (100% bij woonkostentoeslag en woninginrichting) rekenen we om naar een jaarbedrag. Als de inwoner in een schuldregelingstraject zit, of als er beslag gelegd op het inkomen van de inwoner, gaan we bij de berekening van de draagkracht uit van het werkelijk beschikbare inkomen. De draagkracht uit vermogen bepalen we op de waarde van het vermogen boven 50% van de in artikel 34 van de wet gestelde grens. Bij de vaststelling van het vermogen passen we de regels toe die we in hoofdstuk 2 hebben opgeschreven. De berekende totale draagkracht geldt voor een jaar, gerekend vanaf de eerste dag van de maand waarin de aanvraag gedaan is. Als de draagkracht € 0,00 is en het inkomen van de inwoner naar verwachting niet zal veranderen, hanteren we deze vaststelling drie jaar vanaf de eerste dag van de maand waarin de aanvraag gedaan is. De draagkracht kan tussentijds opnieuw vastgesteld worden als er een wijziging in inkomen en/of vermogen plaatsvindt, waardoor de draagkracht meer dan 10% hoger of lager wordt. We verrekenen de totale jaardraagkracht in één keer. Alleen als we periodieke bijzondere bijstand toekennen en de inwoner in financiële problemen raakt door verrekening ineens kunnen we de draagkracht verdelen over meerdere maanden en in delen verrekenen.

Rechtspraak bij dit artikel