Het college verleent bijzondere bijstand voor woonkosten als:
de inwoner in een gehuurde woning of woonwagen woont en door bijzondere omstandigheden nog geen beroep kan doen op huurtoeslag volgens de Wet op de huurtoeslag;
Deze bijzondere bijstand eindigt zodra de inwoner wel een beroep op huurtoeslag kan doen.
de inwoner in een gehuurde woning of woonwagen woont en een huur betaalt die hoger is dan de maximale huur volgens de Wet op de huurtoeslag.
de inwoner in een eigen woning woont en alleen vanwege die eigen woning geen beroep op huurtoeslag kan doen.
De hoogte van de bijstand wordt vastgesteld volgens de rekenregels van de Wet op de huurtoeslag.
Als de woonkosten hoger zijn dan de maximale huur volgens de Wet op de huurtoeslag wordt het berekende bedrag verhoogd met het deel van de werkelijke woonkosten boven de maximale huur. De bijzondere bijstand wordt dan toegekend voor de duur van maximaal een jaar. De inwoner krijgt daarbij de verplichting opgelegd om op zoek te gaan naar een andere woning, waarvan de kosten beter passen bij zijn inkomen. Zodra de inwoner een goedkopere woning heeft kunnen accepteren eindigt de bijzondere bijstand. Als de inwoner voldoende moeite heeft gedaan, maar geen beter geschikte woning gevonden heeft, kan de bijstandverlening met een jaar worden verlengd.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.15.
Woonkosten
Onderdeel van Beleidsregels werk, inkomen en bijzondere vergoedingen Lingewaard 2025