Kosten van verhuizing en woninginrichting moet de inwoner zelf betalen. Alleen als er iets bijzonders is, kan er bijstand worden verleend. Dat kan bijvoorbeeld als een noodzakelijke verhuizing niet redelijkerwijs voorzienbaar was en er geen mogelijkheid is geweest om te reserveren. Ook als een asielzoeker een verblijfsvergunning krijgt en zich vanuit de asielopvang in Lingewaard vestigt, kan het college bijzondere bijstand verlenen.
De kosten van een verhuizing kunnen erg verschillen. Als we bijstand verlenen doen we dat alleen voor de goedkoopste oplossing.
Voor de vergoeding van inrichtingskosten wordt onderscheid gemaakt tussen duurzame gebruiksgoederen, zoals meubels en apparaten, en goederen die verbruikt worden, zoals verf en behang.
Voor de kosten van aanschaf, reparatie of vervanging van duurzame gebruiksgoederen wordt alleen bijstand verleend als de inwoner niet heeft kunnen reserveren en de kosten niet uit het inkomen en/of vermogen kan betalen.
Als een inwoner drie jaar geleefd heeft van een inkomen dat niet hoger was dan de toepasselijke bijstandsnorm nemen we aan dat hij niet heeft kunnen reserveren voor duurzame gebruiksgoederen.
We geven de bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen in de vorm van borgstelling voor een lening bij de Stadsbank, een geldlening bij de gemeente, of als er geen afbetalingscapaciteit is, een bedrag om niet.
Wij vinden het noodzakelijk dat een huishouden kan beschikken over een kooktoestel, een koelkast, een wasmachine, woonkamermeubilair, slaapkamermeubilair en een computer.
Een vergoeding voor verbruiksgoederen en verhuiskosten hoeft niet terugbetaald te worden.
Voor de hoogte van de bijstand houdt het college rekening met de normen van het Nibud. Zowel bij een volledige inrichting als voor afzonderlijke duurzame gebruiksgoederen vergoeden we maximaal 60% van de normbedragen, omdat veel goederen ook goedkoper en/of tweedehands gekocht kunnen worden.
Bij vervanging van duurzame gebruiksgoederen is het aan de behandelend medewerker om vast te -laten- stellen of reparatie een acceptabele oplossing biedt. De medewerker let hierbij op de kosten van reparatie, de globale levensduur van het goed en de kosten van vervanging. Voor de globale levensduur sluiten we aan bij de door het Nibud vermelde afschrijvingstermijn.
Bij een eerste zelfstandige huisvesting vanuit het ouderlijk huis geeft het college geen bijzondere bijstand voor verhuizing en inrichting.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.9.
Verhuizing en woninginrichting
Onderdeel van Beleidsregels werk, inkomen en bijzondere vergoedingen Lingewaard 2025