Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2:1

Toepassingsbereik bij de aanvraag voor een Alcoholwetvergunning, exploitatievergunning, speelautomaten, evenementenvergunningen en TTO-vergunning

Onderdeel van Bibob- beleidsregel voor de Gemeente

1.. Een Bibob-onderzoek wordt in beginsel uitgevoerd bij elke aanvraag met betrekking tot: a.. een alcoholwetvergunning (met in beginsel een uitzondering voor een alcoholwetvergunning voor een paracommerciële rechtspersoon zoals bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet) conform artikel 3 eerste lid van de Alcoholwet. De Wet Bibob wordt niet toegepast op slijterijen; b.. een exploitatievergunning (met in beginsel een uitzondering voor een exploitatievergunning voor een paracommerciële rechtspersoon) conform artikel 2:28 eerste lid van de APV; c.. een aanwezigheidsvergunning conform artikel 30b van de Wet op de Kansspelen; d.. speelgelegenheden conform artikel 2:39 eerste lid van de APV; e.. een vergunning voor de exploitatie van een speelautomatenhal conform artikel 30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de kansspelen en de op basis van lid 2 door de gemeente vastgestelde verordening. f.. een evenementenvergunning voor een vechtsportgala of -wedstrijd conform artikel 2:25 eerste lid van de APV; g.. een vergunning voor een escortbedrijf en/of seksinrichting conform artikel 3.2.1 van de APV; h.. een vergunning voor taxivervoer (TTO) conform artikel 4 van de Taxiverordening Eindhoven 2016. 2.. Een Bibob-onderzoek kan worden uitgevoerd in het geval: a.. het een aanvraag voor een vergunning betreft zoals genoemd in het voorgaande lid voor een paracommerciële instelling/rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; b.. van een bijschrijving van een leidinggevende en/of beheerder op het aanhangsel van een vergunning conform artikel 30a Alcoholwet, artikel 2:30 APV en artikel 3.2.5. APV. c.. een evenementenvergunning conform artikel 2:25 eerste lid van de APV. 3.. Een Bibob-onderzoek kan worden uitgevoerd met betrekking tot een aanvraag voor een vergunning zoals genoemd het eerste en tweede lid van deze bepaling bij aanwijzingen voor of het vermoeden van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob op grond van: a.. (eigen) ambtelijke informatie; b.. informatie verkregen van het Bureau; c.. informatie verkregen van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC; d.. informatie verkregen van het Openbaar Ministerie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob; e.. informatie van andere rechtspersonen met een overheidstaak of een bestuursorgaan; f.. andere relevante signalen, waaronder ook kan worden verstaan informatie uit openbare bronnen. Artikel 2:2 Toepassingsbereik bij aanvraag Huisvestingsvergunning Een Bibob-onderzoek kan worden uitgevoerd met betrekking tot een aanvraag om een huisvestingsvergunning als bedoeld in de artikelen 21, 22 lid 1 en 41 lid 1 van de Huisvestingswet 2014, en artikel 9 van de Huisvestingsverordening 2024 van de Gemeente Eindhoven bij aanwijzingen voor of het vermoeden van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob op grond van: (eigen) ambtelijke informatie; informatie verkregen van het Bureau; informatie verkregen van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC; informatie verkregen van het Openbaar Ministerie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob; informatie van andere rechtspersonen met een overheidstaak of een bestuursorgaan; andere relevante signalen, waaronder ook kan worden verstaan informatie uit openbare bronnen. Artikel 2:3 Toepassingsbereik bij aanvraag omgevingsvergunning en wijziging omgevingsplan Een Bibob-onderzoek kan worden uitgevoerd met betrekking tot een aanvraag om een omgevingsvergunning voor: a.. een omgevingsplanactiviteit conform artikel 5.1 eerste lid aanhef en onder a van de Omgevingswet; b.. een bouwactiviteit conform artikel 5.1 tweede lid aanhef en onder a van de Omgevingswet; c.. een milieubelastende activiteit conform in artikel 5.1 tweede lid aanhef en onder b van de Omgevingswet. 2.. Een Bibob-onderzoek kan worden uitgevoerd met betrekking tot een aanvraag tot wijziging van een omgevingsplan als bedoeld in artikel 4.19b, eerste lid, van de Omgevingswet. 3.. Een Bibob-onderzoek wordt in ieder geval uitgevoerd in geval van een aanvraag voor een omgevingsvergunning: a.. die betrekking heeft op een door het college vastgesteld aandachtsgebied; b.. indien deze betrekking heeft op een bouwactiviteit en vooraf aan het indienen van de betreffende aanvraag de betreffende bouwactiviteit is gestart zonder de benodigde vergunning(en) én de bouwsom meer bedraagt dan € 50.000,-- exclusief btw. c.. voor een bouwactiviteit ten behoeve van de functie wonen waarvan de bouwkosten € 500.000,-- exclusief btw of meer bedragen. De bouwkosten worden door de gemeente berekend op basis van de Legesverordening. In het geval van een bouwproject bestaande uit meerdere woningen, zijn de totale bouwkosten van het gehele project bepalend voor de vraag of een Bibob-onderzoek plaatsvindt. d.. voor een bouwactiviteit ten behoeve van een bedrijfsmatige activiteit waarvan de bouwkosten € 50.000,-- exclusief btw of meer bedragen en er sprake is van één of meer van de risicocategorieën zoals genoemd in Bijlage 1 van deze Beleidsregel. De bouwkosten worden door de gemeente berekend op basis van de Legesverordening. 4.. Een Bibob-onderzoek wordt uitgevoerd bij een aanvraag om een omgevingsvergunning bij aanwijzingen voor of het vermoeden van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob op grond van: a.. (eigen) ambtelijke informatie; b.. informatie verkregen van het Bureau; c.. informatie verkregen van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC; d.. informatie verkregen van het Openbaar Ministerie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob; e.. informatie van andere rechtspersonen met een overheidstaak of een bestuursorgaan; f.. andere relevante signalen, waaronder ook kan worden verstaan informatie uit openbare bronnen. 5.. Indien dezelfde aanvrager c.q. betrokkene eerder een aanvraag voor een vergunning zoals bedoeld in het eerste lid van deze bepaling heeft ingediend waarbij het Bibob-onderzoek bij de eerdere aanvraag geen uitkomst heeft overeenkomstig artikel 3 van de Wet Bibob, is het onder omstandigheden niet wenselijk de volgende aanvraag ook aan een Bibob-onderzoek te onderwerpen. In dat geval geldt de volgende uitzondering op de onderhavige beleidsregel: Indien een aanvrager in het tijdvak van twee jaar (gerekend vanaf de datum van de eerste aanvraag) meerdere aanvragen op grond van de Omgevingswet indient, blijft bij ongewijzigde omstandigheden, én indien sprake is van een positieve uitkomst van het eerdere Bibob-onderzoek, bij een nieuwe aanvraag een nieuw Bibob-onderzoek achterwege. Onder ongewijzigde omstandigheden wordt in beginsel met name verstaan dat er geen wijzigingen of veranderingen hebben plaatsgevonden in de bedrijfsstructuur, financiering, zakelijke omgeving, et cetera.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel