**1..** Indien de overheidsopdracht een overeenkomst als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel b, van de Wet Bibob is dan zal de gemeente in beginsel de onderhandelingen afbreken als uit het eigen onderzoek of advies van het Bureau blijkt dat:
**a..** de mogelijkheid bestaat dat een betrokkene wordt gefinancierd met uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen;
**b..** er is sprake van ten minste een mindere mate van gevaar dat een betrokkene bij de uitvoering van die opdracht strafbare feiten zal plegen;
**c..** er is sprake van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat betrokkene in relatie staat tot ernstige strafbare feiten, ongeacht de mate van gevaar;
**d..** er is sprake van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging van de overheidsopdracht een strafbaar feit is gepleegd (zoals bijvoorbeeld valsheid in geschrifte);
**e..** een van de uitsluitingsgronden, bedoeld in de artikelen 2.86 en 2.87 van de Aanbestedingswet 2012 zich voordoet;
**f..** betrokkene heeft nagelaten de gevraagde gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7a van de wet te verschaffen of heeft nagelaten de vragen die hem door de gemeente zijn gesteld op basis van het genoemde artikel binnen de gestelde termijn volledig en naar waarheid te beantwoorden of betrokkene heeft nagelaten de gevraagde gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 12 van de wet te verschaffen of heeft nagelaten de vragen die hem door het Bureau zijn gesteld op basis van het genoemde artikel binnen de gestelde termijn volledig en naar waarheid te beantwoorden.
**2..** Als reeds een overeenkomst is aangegaan zullen in de overeenkomst nadere bepalingen worden opgenomen over eventuele gevolgen van een Bibob-onderzoek.