Het college kan besluiten tot kwijtschelding van de vordering over te gaan:
Ten aanzien van vorderingen die niet vallen onder artikel 10 van deze beleidsregels kan op schriftelijk verzoek van de debiteur sprake zijn van kwijtschelding indien de belanghebbende:
gedurende tien jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan (dan wel in totaal 120 maanden/termijnen heeft betaald; of
gedurende tien jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover eventueel verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald; of
gedurende tien jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of
een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, in één keer aflost. Van deze mogelijkheid kan alleen gebruik worden gemaakt als wordt onderbouwd dat de afkoop van de schuld naar verwachting meer oplevert dan de reguliere incassostrategie.
Er wordt enkel tot kwijtschelding overgegaan indien:
er geen sprake is van resterend vermogen waarmee de vordering geheel of gedeeltelijk kan worden voldaan
alle zekerheden zijn uitgewonnen.
Het college gaat niet over tot kwijtschelding als er sprake is van dwanginvordering.
De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing voor zover toepassing is gegeven aan artikel 43 lid 2 van het Bbz 2004.
In beginsel wordt een besluit als bedoeld in het eerste lid aanhef onder a, b of d slechts genomen als de belanghebbende daarom schriftelijk heeft verzocht.
Hoofdstuk 4
Artikel 11
Kwijtschelding overige teruggevorderde Bbz 2004 vorderingen
Onderdeel van Beleidsregels Terug- en invordering Bbz 2004 gemeente Tilburg