Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2:

Artikel 2

Algemene bepalingen met betrekking tot de bevoegdheid tot herziening, intrekking, terugvordering, invordering en verrekening

Onderdeel van Beleidsregels Terug- en invordering Bbz 2004 gemeente Tilburg

1.. Het college: herziet dan wel trekt het recht op (leen)bijstand in, indien de (leen)bijstand tot een te hoog bedrag dan wel ten onrechte is verleend; maakt gebruik van de bevoegdheid tot terugvordering zoals deze haar op grond van artikel 58, tweede lid en artikel 59 van de PW en artikel 12, tweede lid onder c en artikel 41, vierde en vijfde lid van het Bbz 2004 toekomt; maakt gebruik van de bevoegdheid tot verrekening zoals deze haar op grond van artikel 60, derde lid PW toekomt; maakt gebruik van de bevoegdheid tot invordering bij dwangbevel als bedoeld in artikel 60, tweede lid van de PW; maakt gebruik van de bevoegdheid tot het renteloos maken van het resterende deel van de lening na beëindiging van het bedrijf of zelfstandig beroep, zoals deze haar op grond van artikel 43, tweede lid van het Bbz 2004 haar toekomt. 2.. Bij de totstandkoming van ieder besluit op grond van het eerste lid vindt een evenredige belangenafweging als bedoeld in 3:4 Awb plaats. Dit betekent dat de nadelige gevolgen voor belanghebbende niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot het doel van het besluit. 3.. Het college vordert geen ten onrechte betaalde uitkering terug voor zover deze is betaald meer dan zes maanden na ontvangst van een signaal van belanghebbende waaruit het college had moeten afleiden dat teveel of ten onrechte uitkering werd betaald. 4.. Onder een signaal als bedoeld in het derde lid wordt verstaan relevante informatie van belanghebbende, waaruit concreet kan worden afgeleid dat er sprake is van een fout op grond waarvan het college actie moet ondernemen. 5.. De beperking tot zes maanden zoals bedoeld in het derde lid geldt niet als belanghebbende zijn inlichtingenplicht heeft geschonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel