In artikel 3 is in het eerste lid onder a het algemeen mandaat van het bestuursorgaan aan de gemeentesecretaris opgenomen. In het eerste lid onder b is het ondermandaat van de gemeentesectretaris aan de functionarissen genoemd in kolom 4 van de bijlage (lijst 1) opgenomen (directeuren). In het eerste lid onder c zijn de overige ondermandaten (van de directeuren naar lager in de organisatie) geregeld. Daarbij is de systematiek dat de clusterdirecteur doormandateert aan de functionaris aangeduid met nummer 1 in kolom 6, die door kan mandateren aan de functionaris aangeduid met nummer 2 in kolom 6 enzovoorts. Verder is in het tweede lid bepaald dat externe mandaten (mandaat aan niet hiërarchisch ondergeschikten) in een aparte bijlage (lijst 2) worden opgenomen. Het derde en vierde lid geven tenslotte een regeling over uitoefening van bevoegdheden in mandaat tijdens afwezigheid van functionarissen.