**1..** De reclamebelasting wordt geheven over de waarde van de onroerende zaak.
**2..** In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
**3..** De verschuldigde belasting bedraagt een vast bedrag vermeerderd met een bedrag dat afhankelijk is van de voor de onroerende zaak vastgestelde waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken.
**4..** Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.
**5..** Het vaste belastingbedrag van de reclamebelasting bedraagt €357,00.
**6..** Het in het vorige lid genoemde bedrag wordt vermeerderd met een bedrag van €1,82 per € 1.000,00 aan WOZ-waarde, zodra de waarde van de onroerende zaak een bedrag van € 250.000,00 aan WOZ-waarde overstijgt.
**7..** De verschuldigde belasting bedraagt maximaal €1411,00.
**8..** Indien de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende jaar wordt verminderd, wordt de aanslag reclamebelasting ambtshalve verminderd indien de lagere WOZ-waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting.
Artikel 5
Maatstaf van heffing en belastingtarief
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting 2025 Centrumzone Oud-Beijerland