Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2:

Artikel 2.2

Pedagogische visie - Doen wat nodig is, laten waar het kan

Onderdeel van Beleidsregels Hart voor de Jeugd gemeente Ooststellingwerf 2025

In de pedagogische visie ‘Als professional bijdragen aan opvoeden en opgroeien in Friesland - Sa doch ik dat’ is de visie van de gemeente Ooststellingwerf verder uitgewerkt (zie bijlage 2 en 3). De pedagogische visie is de basis van waaruit een afweging wordt gemaakt. Het document is richtinggevend voor de professionele betrokkenheid van de gemeente bij jeugdigen en het kader waarbinnen wordt gehandeld. Aansluitend op bovengenoemde visie uit het beleidsplan spreekt de pedagogische visie van ‘Doen wat nodig is, laten waar het kan’. Hoe jeugdigen worden opgevoed, bepaalt/bepalen in de eerste plaats de ouder(s). Dat betekent, dat de gemeente van medewerkers van het gebiedsteam terughoudendheid verlangt, en stimuleert dat zij elkaar daarop aanspreken. Zij doen niet meer dan nodig is. Als de ouder in staat is om zelf ondersteuning te bieden, hiervoor beschikbaar is en dit niet leidt tot overbelasting of financiële problemen, is geen aanvullende ondersteuning vanuit de Jeugdwet nodig. Wat de basis of ondergrens is van veilig en positief opvoeden en opgroeien, wordt wel door de gemeente/overheid bepaald. Dat betekent, dat de gemeente medewerkers van het gebiedsteam in staat moet kunnen stellen doortastend te zijn, en stimuleert dat medewerkers van het gebiedsteam elkaar daarbij helpen. De medewerkers van het gebiedsteam moeten kunnen doen wat nodig is. De gemeente stimuleert en bewaakt dat medewerkers van het gebiedsteam niet aan de zijlijn blijven staan als de basis van opvoeden en opgroeien wordt bedreigd, als de situatie niet ‘goed genoeg’ is. Terughoudendheid en doortastendheid zijn door de gemeente allebei vastgelegd in de volgende uitgangspunten en bijpassende wetgeving: Ten eerste is/zijn de ouder(s) de eerstverantwoordelijken en eerstaangewezen personen voor de opvoeding van hun kinderen. Zij delen die taak met veel medeopvoeders zoals leerkrachten, peuterspeelzaalleidsters en groepsleiders in de buitenschoolse opvang. Ten tweede moeten jeugdigen beschermd zijn tegen (de effecten van) ontwikkelingsbedreigingen. Inwoners en beroepsbeoefenaren melden bij instanties als zij vermoeden dat jeugdigen met misbruik en mishandeling te maken hebben en de overheid is bevoegd om waar nodig in te grijpen. Ten derde moet de samenleving beschermd zijn tegen crimineel gedrag van jeugdigen. Goede opvoedings- en preventieprogramma’s dragen daaraan bij.

Rechtspraak bij dit artikel