De ontwikkelingsopgaven, opvoedingsopgaven en levenstaken beschreven in paragraaf 2.4 vormen samen met risicofactoren de draaglast die de jeugdige en het gezin moeten dragen om goed te kunnen opgroeien. Om deze draaglast het hoofd te kunnen bieden hebben de jeugdige en het gezin draagkracht nodig. De draagkracht bestaat uit de veerkracht van de gezinsleden en de hulp en andere positieve invloeden van buitenaf die de jeugdige en het gezin kunnen helpen. De veerkracht die gezinsleden hebben noemt men ook wel ‘vaardigheden’ of ‘competenties’.
In de literatuur worden factoren genoemd waardoor de opvoeding minder goed kan verlopen en de draaglast van de jeugdige en het gezin zwaarder maakt. Dergelijke factoren (risicofactoren) maken het leven complex en vragen derhalve extra energie om de opvoeding toch op het goede spoor te houden. Deze risicofactoren zijn uitgewerkt in het balans model van Bakker aan de linkerkant van het model op de volgende pagina. Factoren in het kind, de ouder(s) en/of de omgeving die de opvoeding daarentegen goed laten verlopen en die de draaglast lichter maken, zijn ‘beschermende factoren’. Ook deze beschermende factoren zijn uitgewerkt in het balans model van Bakker aan de rechterkant van het model op de volgende pagina. De risicofactoren en beschermende factoren werken onderling op elkaar in. Dit betekent dat bijvoorbeeld door een beschermende factor een risicofactor minder erg kan worden, wat maakt dat de draagkracht/draaglast in het gezin in verhouding blijft en de jeugdige en het gezin op eigen kracht de ontwikkelingsopgaven, opvoedingsopgaven en levenstaken het hoofd kunnen bieden.
De aanwezigheid van een enkele risicofactor zal weinig invloed hebben op de kwaliteit van de opvoeding en ontwikkeling van jeugdigen. Ieder individu krijgt immers te maken met bepaalde risicofactoren. Er ontstaan problemen als de risicofactoren zich opstapelen en de beschermende factoren niet. Als er veel risicofactoren aanwezig zijn in een gezinssituatie en weinig beschermende factoren kunnen de kind-, ouder- en gezinsvaardigheden de risicofactoren die tot uiting komen niet meer opvangen met hun draagkracht. Op dat moment is de verhouding tussen draagkracht en draaglast uit balans. De verhouding tussen draagkracht en draaglast bepaalt of de ouder(s) de opvoeding daadwerkelijk ‘aankan/aankunnen’ of dat de verhouding uit balans is (Bakker e.a., 1998) (zie volgende pagina).
Het balansmodel (Bakker e.a., 1998) brengt dus de beschermende en de risicofactoren in kaart die bij een gezin kunnen spelen om na te gaan of de draaglast/draagkracht verhouding uit balans is en of de jeugdige of opvoeders zich competent genoeg voelen om de draaglast het hoofd te kunnen bieden. De mate waarin de balans verstoord is bepaalt of de ouder(s) of de jeugdige ondersteuning nodig heeft/hebben bij het opvoeden. Met het ordeningsprincipe ‘Kind in Fryslân’ kan vervolgens worden bepaald welke soort ondersteuning of hulp passend is.
*Bron: Bakker, I., Bakker, K., Van Dijke, A. & Terpstra, L. (1998). O & O in perspectief. Utrecht: NIZW.
HOOFDSTUK 2:
Artikel 2.6
Balansmodel van Bakker (NJi)
Onderdeel van Beleidsregels Hart voor de Jeugd gemeente Ooststellingwerf 2025