Naar hoofdinhoud
1.. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de in artikel 6 eerste lid genoemde aanslag worden betaald in vier gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de volgende termijnen telkens een maand later. 2.. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang het verschuldigde bedrag door middel van automatische betalingsincasso kan worden afgeschreven, dat de aanslag moet worden betaald in negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3.. Het voorlopig gevorderde bedrag en het definitief gevorderde bedrag van de heffing als bedoeld in artikel 6 tweede lid, moeten worden voldaan tegelijk met en op dezelfde wijze als die waarop de voorschotnota's c.q. afrekening van waterleidingbedrijf Vitens waarop het voorlopig gevorderde bedrag c.q. definitief gevorderde bedrag is vermeld, moeten worden voldaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel