**1..** De raden stellen, na overleg met de rekenkamer, de rekenkamer de nodige middelen ter beschikking voor een goede uitoefening van haar werkzaamheden.
**2..** Indien na vaststelling van het jaarverslag als bedoeld in artikel 185, derde lid, van de Gemeentewet, er een overschot is op de exploitatie wordt dit toegevoegd aan de reserve. Het maximum van deze reserve per ultimo van het jaar bedraagt 20% van het totaal van de door de gemeenten beschikbaar gestelde bedragen voor dat jaar. Indien dat maximum wordt overschreden, wordt het meerdere naar rato van de in lid 1 van dit artikel genoemde bijdrage in het jaar terugbetaald aan de deelnemende gemeenten. Indien en voor zover het saldo van deze reserve niet toereikend is om een eventueel tekort in de exploitatie te dekken, wordt het meerdere naar rato van de verleende bijdragen ten laste gebracht van de deelnemende gemeenten.
**3..** Elke raad stelt voor een periode van zes jaar de jaarlijkse bijdrage aan de rekenkamer vast. De bijdrage wordt jaarlijks aangepast op basis van het indexcijfer voor lonen voor overheidspersoneel.
**4..** Ten minste twaalf maanden voor afloop van de periode bedoeld in lid 2 stelt een raad opnieuw de jaarlijkse bijdrage vast.
Hoofdstuk IV
Artikel 29
Bijdragen deelnemende gemeenten
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Rekenkamer Rivierenland 2025