**1..** De raden van de deelnemende gemeenten kunnen besluiten tot uittreding uit deze regeling.
**2..** Uittreding uit deze regeling kan geschieden na een daartoe strekkend besluit van de raad van de uittredende gemeente.
**3..** Dit besluit wordt uiterlijk twaalf maanden voor de beoogde uittredingsdatum aan de raden en de rekenkamer medegedeeld.
**4..** Uittreding is mogelijk zes jaar na toetreding tot de regeling.
**5..** Bij uittreding stellen de deelnemende raden gezamenlijk de verplichtingen van de uittredende deelnemer vast. Daarbij geldt dat de uittredende deelnemer de kosten vergoedt die direct en indirect het gevolg zijn van de uittreding met een minimum van tweemaal de laatstelijk voor de deelnemer verschuldigde jaarbijdrage.
**6..** In navolging van het tweede lid stellen de deelnemende gemeenten gezamenlijk een passende personele regeling vast.
**7..** De deelnemende raden kunnen de Raad van Advies om advies vragen over de hoogte van de verplichting, zoals bedoeld in artikel 36, lid 5 en lid 6.
Hoofdstuk IV
Artikel 36
Uittreding
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Rekenkamer Rivierenland 2025