1. De in artikel 14 bedoelde gedenktekens of beplantingen worden geacht voor rekening en risico van de rechthebbende of gebruiker te zijn aangebracht. Schade als gevolg van brand, vorst, storm, bliksem, ontploffing, molest, oorlogshandelingen, vandalisme en andere van buiten komende oorzaken, en eventuele gevolgschade voor derden, is voor rekening van de rechthebbende of gebruiker.
2. De rechthebbende of gebruiker is verplicht de - door welke omstandigheden ook - daaraan toegebrachte schade op eerste aanschrijven te herstellen, indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders het uiterlijk aanzien van de begraafplaatsen schaadt.
3. Indien binnen drie maanden na de dag van aanschrijving geen herstel of vernieuwing heeft plaatsgevonden, is het college van burgemeester en wethouders bevoegd tot verwijdering en vernietiging van de gedenktekens of beplantingen over te gaan, waarbij geldt dat zij voor deze handeling niet aansprakelijk kan worden gesteld, onverlet het recht van het college van burgemeester en wethouders tot herstel of vernieuwing op kosten van de rechthebbende of gebruiker over te gaan.
4. Indien een gedenkteken naar het oordeel van de beheerder een gevaar voor bezoekers of belendende graven vormt, kan het direct worden verwijderd, zonder dat de rechthebbende of gebruiker enig recht op schadevergoeding kan doen gelden.
5. Het afnemen en herplaatsen van een gedenkteken respectievelijk afdekplaat ten behoeve van de begraving van een lijk of de bijzetting van een asbus in een bestaand eigen graf, de bijzetting van een asbus in een bestaand urnengraf respectievelijk in een urnennis, geschiedt voor risico van de rechthebbende of gebruiker.
6. Een rechthebbende of gebruiker is verplicht te gedogen dat de op een graf aanwezige gedenktekens, beplanting en voorwerpen vanwege de gemeente op haar kosten tijdelijk geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd en herplaatst, indien dit voor een begraving of bijzetting in de nabijheid van het graf of om andere redenen nodig is.
7. Bij de uitvoering van de in het vijfde en zesde lid bedoelde werkzaamheden is de gemeente niet aansprakelijk voor breuk of andere beschadigingen, tenzij deze ontstaan zijn door schuld of grove nalatigheid van de zijde van de gemeente.
Paragraaf 6
Artikel 15
Artikel 15
Onderdeel van Verordening op de gemeentelijke begraafplaatsen van de gemeente Terschelling 2004