Het college kan op verschillende gronden, in het kader van handhaving, de toestemming tot exploitatie intrekken:
als is gebleken dat de houder de kinderopvangvoorziening niet langer exploiteert;
als de exploitatie van de voorziening drie maanden na inschrijving in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) niet daadwerkelijk is aangevangen;
als uit een GGD-onderzoek of anderszins is gebleken dat de houder niet of niet langer zal voldoen aan de bij en krachtens hoofdstuk 1, afdeling 3, paragrafen 2 en 3 gegeven voorschriften van de Wet kinderopvang.
De toestemming tot exploitatie wordt ingetrokken overeenkomstig artikel 1.46 lid 5 en 6 Wet kinderopvang. Aansluitend wordt de registratie verwijderd uit het LRK.
Hoofdstuk 2
Artikel 5
Intrekken toestemming tot exploitatie
Onderdeel van Beleidsregels toezicht en handhaving Wet kinderopvang Goirle 2024