Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Zelfbewoningsplicht

Onderdeel van Uitvoeringsregels zelfbewoningsplicht nieuwbouw

De zelfbewoningsplicht zoals deze in de koopovereenkomst tussen de ontwikkelaar en de koper moet worden vastgelegd luidt als volgt: Koper of diens rechtsopvolger is verplicht de woning uitsluitend te gebruiken om die zelf (eventueel met zijn partner en/of gezinsleden) te bewonen. Dit betekent dat de koper of diens rechtsopvolger de woning niet mag verkopen, verhuren dan wel anderszins in gebruik mag geven aan derden met inachtneming van en behoudens het vermelde in de hierna volgende leden. De zelfbewoningsplicht geldt voor een periode van vijf achtereenvolgende jaren. Als start van deze tijdsduur geldt hierbij de datum van de eerste bewoning volgens de gemeentelijke Basisregistratie Personen (BRP). Ingeval koper of diens rechtsopvolger overgaat tot verkoop en levering van de woning is koper of diens rechtsopvolger verplicht de zelfbewoningsplicht als bedoeld in lid 1 van dit artikel via een kettingbeding c.q. kwalitatieve verplichting door te leggen aan de opvolgend koper voor de resterende looptijd van de oorspronkelijke vijf jaren ongeacht de hoogte van de koopsom van de woning op dat moment. Ingeval dit artikel door koper of diens rechtsopvolger niet wordt nageleefd, verbeurt koper een direct opeisbare boete aan de gemeente van 25% van de koopsom (zoals overeengekomen in de koopovereenkomst tussen de gemeente en de ontwikkelaar). Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente kan – op verzoek van koper of diens rechtsopvolger – schriftelijk ontheffing verlenen van het bepaalde in dit artikel indien en voor zover er sprake is van omstandigheden van koper of diens rechtsopvolger waardoor (volledige) instandhouding van dit artikel in redelijkheid naar het oordeel van het college niet gevergd kan worden (hardheidsclausule). Een ontheffing wordt in ieder geval verleend ingeval: Verkoop op grond van machtiging van de rechter als bedoeld in artikel 3:174 Burgerlijk Wetboek; Executoriale verkoop door hypothecaire schuldeisers als bedoel in artikel 3:268 burgerlijk Wetboek of in geval van andere executie door derden; Het college kan een schriftelijk ontheffing verlenen van het bepaalde in dit artikel. Deze ontheffing wordt echter steeds verstrekt in geval van: Verandering van werkkring van de koper op grond waarvan redelijkerwijs verhuisd dient te worden; Overlijden van de koper of diens echtgeno(o)t(e) of partner en/of gezinsleden; Ontbinding van het huwelijk, geregistreerd partnerschap of notarieel geregistreerde samenlevingsverband van koper door echtscheiding of ontbinding dan wel beëindiging van een samenlevingsverband; Verhuizing waartoe wordt genoodzaakt door gezondheid van de koper partner en/of van een van zijn/haar gezinsleden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel