1. De raad beslist in de eerstvolgende vergadering na de datum van indiening
van het verzoek of het burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van de raad
wordt geplaatst, met dien verstande dat tenminste twee weken is gelegen
tussen de dag van indiening van het verzoek en de dag waarin op het verzoek
wordt beslist.
2. Indien de raad het verzoek afwijst wegens strijd met artikel 4, onder a,
kan de raad het voorstel doorzenden aan burgemeester en wethouders of aan de
burgemeester.
3. Indien de raad het verzoek toewijst wordt het voorstel geagendeerd voor
de eerstvolgende vergadering van de vaste raadscommissie.
4. De verzoeker wordt in de vergadering van de vaste raadscommissie in de
gelegenheid gesteld zijn voorstel nader toe te lichten. De leden van de
commissie kunnen vragen stellen aan de verzoeker ter verduidelijking.
5. De commissie kan besluiten tot nader onderzoek of tot nader overleg
alvorens de commissie het voorstel rijp acht voor besluitvorming door de
raad.
6. Het voorstel wordt geagendeerd voor de eerstvolgende raadsvergadering na
de vergadering van de commissie waarin is geoordeeld dat het voorstel rijp
is voor besluitvorming. Na de beraadslaging in eerste termijn door de raad
wordt de verzoeker in de gelegenheid gesteld hierop te reageren.
7. Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het voorstel een besluit heeft
genomen wordt dit besluit algemeen bekend gemaakt op de in de gemeente
gebruikelijke wijze.
8. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling
gedaan aan verzoeker.