Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 3

Artikel 19

Stemming; procedure hoofdelijke stemming

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van Laarbeek 2024

1.. De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2.. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of dat zij zich op grond van artikel 28 van de wet van stemming hebben onthouden. 3.. Als een raadslid stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4.. De voorzitter (of de griffier) roept de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het raadslid dat daarvoor bij de opening van de vergadering, door het lot is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. 5.. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door zich 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging. 6.. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. 7.. Op voorstel van de voorzitter kan de stemming –in afwijking van de vorige leden- plaatsvinden bij handopsteken. 8.. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

Rechtspraak bij dit artikel