**1..** Voor het plaatsen of vervangen van een gedenkteken is een door het college verleende vergunning vereist.
**2..** Een vergunning voor het plaatsen of vervangen van een gedenkteken dient schriftelijk bij het college te worden aangevraagd. Bij de schriftelijke aanvraag behoort een werktekening te worden ingediend. Op deze werktekening dienen tenminste voor te komen:
een boven-, voor- en zijaanzicht met alle hoogte- , breedte-, dikte- en lengtematen;
de soort, kleur en bewerking van het te gebruiken materiaal;
de vermelding of de letters etc. ingehakt, opgehakt of van metaal zijn;
de woordindeling van het opschrift en de plaats van figuratie(s);
het materiaal van de fundering en de wijze van bevestiging van het gedenkteken daarop;
een foto of afbeelding indien deze uitmaakt van het gedenkteken;
**3..** De gemeente voorziet de particuliere urnennissen van een afsluitplaat.
**4..** Het college kan het ontwerp van een gedenkteken weigeren als dit als kwetsend en/of aanstootgevend wordt aangemerkt.
**5..** De beslissing op de aanvraag wordt door het college schriftelijk medegedeeld.
**6..** De kosten voor het verlenen van een vergunning worden voldaan door of in naam van de rechthebbende.
**7..** Het plaatsen of vervangen van een gedenkteken wordt altijd in afstemming met de beheerder gepland. Een vergunning wordt niet eerder verstrekt, dan nadat tenminste drie maanden zijn verlopen sinds een begrafenis in het betreffende graf.
**8..** Een vergunning wordt alleen verstrekt voor graven waarvan de graftermijn niet verlopen is.
**9..** Gedenktekens die zonder vooraf verleende vergunning geplaatst zijn mogen door de beheerder verwijderd worden.
**10..** Na plaatsing van het gedenkteken controleert de beheerder of dat het voldoet aan de ingediende vergunning en gestelde eisen. Indien de praktijk afwijkt van de vergunning, dan is de beheerder bevoegd het gedenkteken te verwijderen.
Artikel 6.