Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 4.

Dringende redenen en laag bedrag

Onderdeel van Beleidsregels herziening, intrekking, terug- en invordering gemeente Haarlemmermeer 2025

1.. Indien uit de wetten volgt dat het college verplicht is om over te gaan tot herziening, intrekking, terugvordering dan wel invordering beoordeelt het college of er sprake is van een dringende redenen om daarvan af te zien. 2.. Indien uit de wetten volgt dat het college bevoegd is om over te gaan tot herziening, intrekking, terugvordering dan wel invordering gaat het na of het redelijk is om van deze bevoegdheid gebruik te maken. Aanwezigheid van een dringende leidt tot in ieder geval tot (geheel of gedeeltelijk) afzien van herziening, intrekking, terugvordering dan wel invordering. 3.. Indien de betrokkene door de Belastingdienst op grond van de Catshuisregeling is aangemerkt als gedupeerde in de toeslagenaffaire is dit voor het college reden om af te zien van terugvordering dan wel (verdere) invordering voor schulden die zijn ontstaan in de periode tot en met 31 december 2020, tenzij deze zijn ontstaan als gevolg van opzet of grove schuld. Het college maakt alleen gebruik van de uitzondering bij opzet of grove schuld als uit duidelijk bewijs blijkt dat de betrokkene bewust heeft gehandeld met de intentie zoals omschreven in artikel 2a van het Boetebesluit socialezekerheidswetten. 4.. Indien sprake is van een onverschuldigde betaling waarbij geen sprake is van schending van de inlichtingenplicht en het terug te vorderen bedrag lager is dan € 100, wordt er geen terugvorderingsbesluit genomen.

Rechtspraak bij dit artikel