Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 13.

Tijdelijke loonkostensubsidie

Onderdeel van Beleidsregels re-integratie gemeente Haarlemmermeer 2025

1.. Het college kan een tijdelijke loonkostensubsidie aan de werkgever verstrekken om tijdelijk het verschil in arbeidsproductiviteit te compenseren en zo de re-integratie van de bijstandsgerechtigde dan wel de niet-uitkeringsgerechtigde (nugger) te bewerkstelligen. Het college kan loonkostensubsidie weigeren indien er aanwijsbare gronden zijn dat de werkgever niet conform de richtlijnen heeft gehandeld richting de werknemer. 2.. Voorwaarden: Indien er sprake is van een payroll constructie en arbeidsinschakeling van minimaal 6 maanden, wordt loonkostensubsidie aangevraagd en verstrekt aan de materiële werkgever (inlener). De arbeidsovereenkomst wordt gesloten met een arbeidstijd van minimaal 16 uur per week. Wel zal er altijd worden gestreefd naar een hoger aantal uren. De arbeidsovereenkomst mag geen concurrentiebeding bevatten dat het aanvaarden van een ander dienstverband bij een nieuwe werkgever belemmert. Indien er sprake is van flexibele arbeidsuren vindt elke 3 maanden uitbetaling plaats na aanlevering van de loonstroken Het college kan loonkostensubsidie weigeren indien de jaarlijks hiervoor beschikbare middelen zijn uitgeput dan wel het subsidieplafond is bereikt. De werkgever is geen onderdeel van de gemeente, zoals een dienst, cluster, stadsdeel of bestuurscommissie. Indien er sprake is van een onderneming dient deze ingeschreven te staan bij de Kamer van Koophandel. Na overeenstemming met de casemanager werk kan de aanvraag voor een loonkostensubsidie door de werkgever binnen 30 dagen na aanvang van de arbeidsovereenkomst ingediend worden. Bij niet verwijtbare redenen kan hierop een uitzondering worden gemaakt. 3.. Hoogte tijdelijke loonkostensubsidie: De hoogte van de loonkostensubsidie is afhankelijk van de leeftijd van de cliënt en is vastgelegd in het Financieel besluit sociaal domein. Het fulltime dienstverband (1 fte is 100%) is het aantal fulltime contracturen, zoals vastgesteld in de CAO van de werkgever. Bij een parttime dienstverband wordt de subsidie naar rato vastgesteld. Indien een persoon uit de doelgroep zoals genoemd in lid 1 niet gedurende de gehele subsidieperiode aan het werk is geweest stelt het college, behalve als de situatie als genoemd in lid 3 sub d van toepassing is, de subsidie naar rato vast. Indien het aan de werkgever te verwijten valt dat de arbeidsovereenkomst voortijdig is beëindigd, vervalt de tijdelijke loonkostensubsidie. Het college kan per persoon uit de doelgroep zoals genoemd in lid 1, vaststellen of er een subsidie wordt verstrekt voor een tweede periode van zes maanden. De tijdelijke loonkostensubsidie kan in totaal voor een periode van maximaal 12 maanden worden ingezet.

Rechtspraak bij dit artikel