Naar hoofdinhoud
1.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren. 2.. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen 14 dagen na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon inloggen op de centrale computer. 3.. In afwijking van het derde lid geldt, dat indien de kennisgeving als bedoeld in het artikel 7, tweede lid digitaal wordt gedaan, de belasting terstond moet worden betaald. 4.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b moet worden betaald binnen 14 dagen na de dagtekening van het elektronisch bericht, de nota of ander schriftuur. 5.. Een naheffingsaanslag moet binnen 30 dagen na dagtekening van die aanslag worden betaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel