Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Beëindiging of verlaging van het leefgeld

Onderdeel van Beleidsregels ontheemden Oekraïne gemeente Hilvarenbeek

1.. Het leefgeld wordt, onder toepassing van artikel 8, beëindigd of lager vastgesteld voor het gehele gezin indien ten minste één van de meerderjarige gezinsleden inkomsten uit arbeid, in dienstverband of als zelfstandige, of uitkering verkrijgt. 2.. Indien een minderjarig kind inkomsten uit arbeid ontvangt wordt het leefgeld voor dit kind beëindigd wanneer deze inkomsten hoger zijn dan het voor dit kind bedoelde leefgeld. 3.. Het leefgeld wordt beëindigd indien het gezin langer dan 28 dagen per kalenderjaar niet in de opvangvoorziening is verschenen. 4.. Indien één of enkele personen van het gezin vertrekken of meer dan 28 dagen niet in de opvangvoorziening zijn verschenen wordt de hoogte van het leefgeld aangepast naar de situatie van het gezin dat nog wel op het woonadres verblijft. 5.. Het leefgeld wordt beëindigd wanneer de belanghebbende niet voldoet aan zijn inlichtingenplicht ingevolge artikel 2a van de Regeling of geen inlichtingen verstrekt in het kader van de beoordeling van zijn verplichting tot het betalen van een eigen bijdrage. 6.. De beëindiging gaat in vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin van één of meer van de bovengenoemde omstandigheden is gebleken. Toelichting Vanaf 1 februari 2023 geldt de regel dat het leefgeld voor het gehele gezin stopt wanneer ten minste één van de meerderjarige gezinsleden inkomsten gaat hebben of een uitkering ontvangt (waarbij in eerste instantie te denken is aan een WW- of ZW-uitkering). Hier is echter beleidsvrijheid opengelaten. Het college trekt het leefgeld “geheel of ten dele” in. In artikel 8 wordt hier invulling aan gegeven. Wanneer een minderjarig kind gaat werken (b.v. een krantenwijkje) en daarmee meer verdient dan het voor hem bedoelde leefgeld, dan eindigt enkel het leefgeld voor dit kind. De rest van het gezin blijft leefgeld ontvangen. De hoogte van het leefgeld voor dit gezin wordt berekend naar de gezinsgrootte zonder dit kind. Een gezin heeft recht op leefgeld in de gemeente waar het verblijft. Bij een vertrek uit de gemeente houdt dan ook het leefgeld op voor die gemeente. De belanghebbende wordt geacht zijn permanente verblijf op de opvanglocatie te hebben. Ingevolge de Regeling wordt gesteld, dat wanneer een belanghebbende (meer dan) 28 dagen in één kalenderjaar niet aanwezig is geweest op de locatie, hij “dus” elders ook een verblijf heeft en daarom niet zijn vaste, permanente verblijf op de opvanglocatie heeft. Met een “dag” wordt bedoeld een etmaal, dus inclusief een nacht. Dus wanneer een belanghebbende ’s morgens (vroeg) de opvang verlaat en ’s avonds (laat) terug komt, dan geldt dit niet vanzelfsprekend als een afwezigheid. Maar als dit structureel gebeurt, en de belanghebbende heeft b.v. geen werk, dan is een onderzoek op zijn plaats.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel