Naar hoofdinhoud
1.. De termijn van het particuliere graf of de reservering begint te lopen op de datum waarop het grafrecht is uitgegeven. 2.. Algemene graven worden ter beschikking gesteld voor een termijn welke in het uitvoeringsbesluit is vastgesteld. Deze termijn kan niet worden verlengd. Een stoffelijk overschot kan echter na afloop van de termijn, op schriftelijk verzoek en op kosten van de belanghebbende volgens de bepalingen van deze verordening worden opgegraven. 3.. Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende, of indien deze is overleden, door één van de in artikel 9 bedoelde personen. 4.. De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren. 5.. Een particulier grafrecht kan slechts aan één rechthebbende worden verleend. De rechthebbende is verplicht er zorg voor te dragen dat zijn actuele adres altijd bij het college bekend is. 6.. Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende te allen tijde schriftelijk afstand doen van het grafrecht op het particuliere graf ten behoeve van de gemeente. Van de ontvangst van zodanige verklaring doet het college schriftelijk mededeling aan de rechthebbende. 7.. De in dit artikel bedoelde rechten kunnen niet langer gelden dan tot het tijdstip, waarop het terrein feitelijk aan zijn bestemming als begraafplaats zal zijn onttrokken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel