**1..** Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, IOAW, IOAZ, het Bbz 2004 en de Algemene wet bestuursrecht.
**2..** In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
Pw: Participatiewet;
Belanghebbende: degene die een aanvraag doet op grond van de Participatiewet, minimabeleid of andere regelingen;
Bijzondere bijstand: de bijzondere bijstand voor noodzakelijke kosten waarin de algemene bijstand niet voorziet, als beschreven in artikel 35 van de Participatiewet;
Drempelbedrag: het bedrag hoger dan het drempelbedrag als beschreven in artikel 35 lid 2 van de Participatiewet;
Inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 31, 32 en 33 van de Participatiewet;
Vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet;
Vermogensgrens: de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34, derde lid van de Participatiewet;
Draagkracht: het gedeelte van het inkomen en/of vermogen dat de belanghebbende geacht wordt aan te wenden om in de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd te voorzien;
Draagkrachtperiode: de periode waarover de draagkracht van de belanghebbende wordt vastgelegd;
Bijstandsnorm: de norm, zoals bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Participatiewet, met uitzondering van de kostendelersnorm zoals bedoeld in artikel 22a van de Participatiewet;
Kostendelersnorm: de kostendelersnorm als bedoeld in artikel 22a van de Pw;
Wgs: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;
Schuldtraject: Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) of Minnelijke schuldsanering natuurlijke personen (MSNP) via de gemeente of gecertificeerde schuldhulpverlener;
Wettelijk minimumloon, het wettelijk minimumloon als bedoeld in artikel 37 van de Pw;
Peildatum: de eerste van de maand waarin de aanvraag is ontvangen;
referteperiode inkomen en vermogen: de periode van één kalendermaand voorafgaand aan de peildatum genoemd onder o bij wisselende inkomsten of inkomen uit zelfstandige arbeid bedraagt de referteperiode drie kalendermaanden voorafgaand aan de onder o genoemde peildatum. In deze situatie wordt voor de bepaling van het inkomen uitgegaan van het gemiddelde inkomen over de referteperiode.
**3..** Als de inhoud van een begrip bij de toepassing van deze regeling niet eenduidig blijkt te zijn, bepaalt het college de nadere invulling of uitleg van dit begrip.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere bijstand en minimaregelingen 2025