Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 18.

Uitvaartkosten

Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere bijstand en minimaregelingen 2025

1.. Indien de nalatenschap van de overledene onvoldoende opbrengt en er geen sprake is van een voorliggende voorziening in de vorm van bijvoorbeeld een uitvaart-, levens- of ongevallenverzekering, kan in de kosten van de begrafenis of crematie aan de nabestaanden, ieder voor het eigen aandeel in deze kosten, bijzondere bijstand worden verleend. 2.. Onder nabestaanden worden personen verstaan die op grond van het erfrecht of (indien aanwezig) een testament aansprakelijk zijn voor het voldoen van de uitvaartkosten. Hiervoor is een verklaring van erfrecht vereist. 3.. Bijzondere bijstand ten behoeve van uitvaartkosten kan verleend worden aan de in lid 2 bedoelde personen, voor zover deze personen niet over toereikende middelen beschikt om (zijn of haar aandeel in) de uitvaartkosten te voldoen. 4.. Voor bijstandsverlening komen slechts de strikt noodzakelijke kosten in aanmerking, waaronder wordt verstaan: legeskosten overlijdensakte; werkzaamheden uitvaartverzorger; eenvoudige kist; grafrechten of crematiekosten; rouwauto met maximaal één volgauto; rouwkaarten; overbrengen van overledene naar rouwcentrum of woonhuis; laatste verzorging overledene; opbaren in rouwcentrum of thuis; dragers; eenvoudige grafzerk of urn. 5.. Voor de volgende kosten wordt geen bijzondere bijstand verstrekt: rouwadvertentie; kosten eredienst en/of kosten die voortvloeien uit culturele en religieuze achtergrond; koffietafel; een begrafenis of crematie in het buitenland. 6.. De hoogte van de bijzondere bijstand voor uitvaartkosten is gekoppeld aan de maximale bedragen zoals vermeld in de Nibud-prijzengids, waarbij ervan uit gegaan wordt dat ieder van de erfgenamen, als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, een gelijk aandeel draagt in de kosten. 7.. De bijzondere bijstand wordt verleend “om niet.

Rechtspraak bij dit artikel