Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 22.

Reiskosten statushouders

Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere bijstand en minimaregelingen 2025

1.. De volgende statushouders komen in aanmerking voor bijzondere bijstand voor hun reiskosten: statushouders met een uitkering op grond van de PW of; statushouders met een inkomen tot 130% van de toepasselijke bijstandsnorm waarbij rekening wordt gehouden met aanwezige draagkracht, én; die een verplichte inburgeringscursus volgen bij een officieel erkende onderwijsinstelling. De onderwijsinstelling is gelegen binnen een straal van 20 km van Scherpenzeel. 2.. In uitzondering op het eerste lid komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand voor hun reiskosten: belanghebbenden die een BOL-opleiding volgen; overige inburgeringsplichtigen; inwoners die recht hebben op een voorliggende voorziening, zoals een reisproduct van DUO 3.. Wanneer de statushouder die in aanmerking komt voor bijzondere bijstand voor reiskosten in deeltijd taalscholing volgt, dan worden de reiskosten vastgesteld op het gemiddeld aantal dagen per week. 4.. De reiskosten worden maandelijks uitbetaald. 5.. De reiskosten worden vergoed op basis van de goedkoopste wijze van reizen met het openbaar vervoer, tussen het woonadres en het adres van de onderwijsinstelling. 6.. In afwijking van lid 5 wordt, indien de reis vanwege gezondheidsredenen van de aanvrager niet met het openbaar vervoer afgelegd kan worden, de vergoeding vastgesteld op basis van het aantal kilometers volgens de kortste route per eigen vervoer. Dit bedrag is gelijk aan de onbelaste reiskostenvergoeding van de Belastingdienst. 7.. De statushouder die in aanmerking komt voor bijzondere bijstand voor reiskosten is zelf verantwoordelijk voor het bijhouden van de reiskosten en moet op verzoek een overzicht van deze kosten overleggen of een door de docent getekende presentielijst. De controle op de ingediende declaraties kan steekproefsgewijs geschieden.

Rechtspraak bij dit artikel