Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 26.

Bijdrage maatschappelijke participatie

Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere bijstand en minimaregelingen 2025

1.. Het college kan aan belanghebbende een vergoeding verstrekken voor deelname aan culturele, educatieve, recreatieve, sociale of sportieve activiteiten. Hieronder vallen onder meer de kosten voor verenigingsactiviteiten, de kosten van het lidmaatschap van de Openbare Bibliotheek Scherpenzeel of de speel-o-theek, de kosten van een museumjaarkaart, de kosten voor een zwemabonnement voor het zwembaden Scherpenzeel, muziekles, zwemles, recreatief zwemmen of losbezoek zwembad, krantenabonnement en bijdrage in kosten dierenarts. 2.. De bijdrage is voor inwoner(s) met een laag inkomen en weinig vermogen. Een belanghebbende heeft een laag inkomen als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 130% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm exclusief vakantiegeld zoals bepaald in artikel 21, lid b en artikel 22, lid b van de PW en een vermogen tot de grens genoemd in artikel 34, derde lid van de PW. Bij wisselende inkomsten wordt het gemiddelde inkomen gedurende de referteperiode gehanteerd. 3.. In de berekening van het vermogen wordt de door de aanvrager zelf bewoonde eigen woning buiten beschouwing gelaten. 4.. De aanvraag voor de bijdrage maatschappelijke participatie kan door middel van het daartoe bestemde aanvraagformulier. 5.. De bijdrage wordt in een keer uitbetaald bij toekenning: € 200,00 per volwassene per jaar. € 300,00 per kind per jaar. 6.. Bijdrage in de kosten van de dierenarts valt alleen onder de bijdrage maatschappelijke participatie van volwassenen. 7.. De gemeente kan achteraf controleren of het geld besteed is aan de daarvoor bedoelde activiteiten. De bewijsstukken moeten bewaard worden tot drie maanden na afloop van het betreffende kalenderjaar. Als de bijdrage niet doelmatig besteed is, dan kan de verstrekte bijdrage (deels) worden teruggevorderd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel