Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.

Begripsbepalingen

Onderdeel van Marktverordening 2024

In deze verordening wordt verstaan onder: Markt: de warenmarkt welke krachtens besluit van de raad op de daartoe aangewezen plaats, dag en tijd wordt gehouden; marktterrein: de gehele oppervlakte openbare of voor het publiek toegankelijke grond, welke bij besluit van de raad voor het uitoefenen van de markthandel is of wordt aangewezen; standplaats: de op of voor de duur van een markt door burgemeester en wethouders aangewezen ruimte voor het uitoefenen van de markthandel; vaste plaats: een standplaats die tot wederopzegging ter beschikking wordt gesteld aan de vergunninghouder; vaste-standplaatsvergunnig: vergunning voor de duur van 15 jaar, voor het op de markt uitoefenen van de handel; dagplaats: een standplaats die per marktdag beschikbaar wordt gesteld aan de vergunninghouder; standwerkersplaats: een dagplaats bestemd voor het uitoefenen van de handel op een wijze als bij standwerken geboden is; vergunninghouder of standplaatshouder: ieder aan wie door burgemeester en wethouders een vergunning is afgegeven om gedurende een markt een standplaats in te nemen; marktmeester: de als zodanig door burgemeester en wethouders aangewezen persoon; standwerker: de marktkoopman die publiek om zich verzamelt, een aan het publiek toesprekende uiteenzetting houdt over het door hem te verkopen artikel en tenslotte tracht een aantal personen gelijktijdig tot aankoop daarvan te bewegen; artikelengroep: de door de burgemeester en wethouder vastgestelde goederen die op de markt worden aangeboden.

Rechtspraak bij dit artikel