**1..** Burgemeester en wethouders trekken een vaste-standplaatsvergunning in:
op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; of
twee maanden na diens overlijden of ondercuratelestelling, tenzij een aanvraag tot overschrijving is ingediend overeenkomstig artikel 9.
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen een vaste-standplaatsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd intrekken:
als de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt;
als de vergunninghouder, degene die hem vervangt of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling heeft overtreden;
als de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet;
als de vergunninghouder zich niet houdt aan de door hem verstrekte gegevens in de vergunningaanvraag;
als de vergunninghouder minstens twee maanden geen gebruik heeft gemaakt van de aan hem toegewezen vaste-standplaats. Deze plek wordt dan doorgegeven aan de hoogstgeplaatste kandidaat op de wachtlijst zoals gesteld in artikel 9 lid 5. Overeenkomstig artikel 13 geldt dit niet in gevallen van langdurige ziekte.
**3..** In geval van intrekking voor bepaalde tijd kan tevens worden bepaald dat de toegewezen standplaats vervalt.
**4..** Als de vergunninghouder of zijn overeenkomstig artikel 12 aangewezen vervanger zijn standplaats niet uiterlijk een uur na aanvang van de markttijd heeft ingenomen, vervalt de vergunning voor de rest van de dag.
Hoofdstuk 2.
Artikel 11.
Intrekking en vervallen vaste-standplaatsvergunning
Onderdeel van Marktverordening 2024