Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 30.

Gehele of gedeeltelijke kwijtschelding bij schuldregeling

Onderdeel van Beleidsregels Terug-, invordering en verhaal Participatiewet 2025

1.. Het college verleent medewerking aan een minnelijke of wettelijke schuldregeling als aan onderstaande voorwaarden is voldaan: het is redelijkerwijs te voorzien dat de belanghebbende niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden; het is redelijkerwijs te voorzien dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; de vordering van de gemeente wegens teruggevorderde uitkering zal ten minste worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang; het verzoek tot medewerking aan een schuldsanering /-bemiddeling is ingediend door een bij het NVVK aangesloten schuldbemiddelingsorganisatie of een Nederlandse gemeente. 2.. Het eerste lid is niet van toepassing als de vordering wordt gedekt door een pand- of hypotheekrecht op een goed of goederen, tenzij de vordering niet op die goederen verhaald kan worden. 3.. Het besluit tot het afzien van (verdere) invordering treedt niet in werking voordat een stabilisatieperiode van kracht is geworden of een schuldregeling tot stand is gekomen. 4.. Het besluit tot gehele of gedeeltelijke kwijtschelding treedt niet in werking voordat een schuldregeling succesvol en met ‘schone lei’ is afgerond. 5.. Het besluit om medewerking te verlenen aan een schuldregeling wordt ingetrokken of ten nadele van de belanghebbende gewijzigd als: niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een minnelijke of wettelijke schuldregeling tot stand is gekomen; de vordering van de gemeente niet overeenkomstig de schuldregeling wordt voldaan; onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid.

Rechtspraak bij dit artikel