De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door de raad uit zijn midden
benoemd.
2. De voorzitter is belast met het leiden van de vergaderingen,
waaronder:
a. het in acht nemen en doen naleven van deze verordening;
b. het handhaven van de orde;
c. het in bespreking brengen van de agendapunten;
d. het geven van gelegenheid om het woord te voeren over een aan de orde
zijnd onderwerp;
e. het formuleren van samenvattingen en conclusies van het besprokene.
Artikel 5
De voorzitter
Onderdeel van Verordening, regelende de orde voor de vergaderingen van de raadscommissie