Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Wanneer begint de belastingplicht? Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van marktgeld 2025

1.. De rechten waarop artikel 4 van toepassing is, zijn verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten, in afwijking in zoverre van artikel 4 tweede lid, verschuldigd: voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, onderscheidenlijk voor zoveel derde gedeelten van de voor de kwartaal verschuldigde rechten als er in dat kwartaal na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing: voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven; onderscheidenlijk voor zoveel derde gedeelten van de voor dat kwartaal verschuldigde rechten als er in dat kwartaal, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.. Geen aanspraak op teruggave bestaat wanneer de vergunninghouder om welke reden dan ook de standplaats waarvoor de vergunning is afgegeven gedurende de looptijd van de vergunning niet inneemt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel