Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.

Begripsbepalingen

Onderdeel van Beleidsregels Bestuurlijke Boete Participatiewet 2025

Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, IOAW, IOAZ, het Bbz 2004, de Wgs, het Burgerlijk Wetboek en de Awb. In deze beleidsregels wordt verstaan onder: Awb: Algemene wet bestuursrecht; belanghebbende: degene die de inlichtingenverplichting heeft geschonden; benadelingsbedrag: het netto bedrag dat als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan bijstand is ontvangen; bestuurlijke boete: de boete overeenkomstig artikel 18a lid 13 PW en artikel 20a IOAW; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Scherpenzeel; draagkracht: de middelen waarover beschikt kan worden om in de opgelegde bestuurlijke boete te kunnen voldoen; grove schuld: het handelen of nalaten wat ertoe heeft geleid dat ten onrechte of tot een te hoog bedraag aan bijstand is ontvangen waarbij sprake is van ernstige, aan opzet grenzende mate van nalatigheid; inlichtingenplicht: verplichting genoemd in artikel 17 lid 1 PW, artikel 13 lid 1 IOAW, artikel 13 lid 1 IOAZ, artikel 30c, lid 2 en lid 3 Wet structuur uitvoeringsorganisatie en artikel 38 lid 2 Bbz 2004; IOAW: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers; IOAZ: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; normale verwijtbaarheid: het handelen of nalaten waardoor ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan bijstand is ontvangen, maar waarbij geen sprake is van verzwarende of verlichtende omstandigheden waardoor belanghebbende niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan; opzet: het willens en wetens handelen of nalaten, wat er toe heeft geleid dat ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan bijstand is ontvangen; PW: de Participatiewet; uitkering: de door het college toegekende uitkering voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan op grond van de PW, het Bbz 2004, de IOAW of de IOAZ al dan niet in de vorm van een lening, dan wel de op grond van artikel 35 lid 1 PW toekende bijzondere bijstand al dan niet in de vorm van een lening; verminderde verwijtbaarheid: handelen of nalaten waardoor ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan bijstand is ontvangen, maar waarbij sprake is van omstandigheden van sociale, psychische of medische aard, waardoor de overtreding van belanghebbende niet volledig is aan te rekenen, of waardoor belanghebbende feitelijk niet in staat was zijn verplichtingen na te komen; Als de inhoud van een begrip bij de toepassing van deze regeling niet eenduidig blijkt te zijn, bepaalt het college de nadere invulling of uitleg van dit begrip.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel