1 Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een kampeerterrein te houden.2 Een vergunning als bedoeld in artikel 2, lid 1, kan slechts worden verleend, indien:- is voldaan of op redelijke wijze zal worden voldaan aan de regelen gesteld bij of krachtens deze verordening.- de aanvraag betrekking heeft op een terrein dat bij bestemmingsplan uitsluitend of mede als kampeerterrein is aangewezen. 3 Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in artikel 2, lid 1, voor het gelegenheid geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen buiten de in artikel 2, lid 1 bedoelde kampeerterreinen, door groepen uitgaande van een vereniging of andere organisatie met een doelstelling van sociale, educatieve of wetenschappelijke aard, gedurende een in de ontheffing aangegeven korte, aaneengesloten periode.4 Een ontheffing als bedoeld in artikel 3 kan slechts worden verleend, indien is voldaan of op redelijke wijze zal worden voldaan aan de regelen gesteld bij of krachtens deze verordening.5 In geval via het bestemmingsplan de mogelijkheid wordt geboden jaarstandplaatsen om te wisselen door recreatiewoningen worden de m² die nodig zijn voor de bouw van de recreatiewoningen op de in de kampeervergunning voor de plaatsing van jaarstandplaatsen beschikbare m² in mindering gebracht. Bij volledige omzetting komt de kampeervergunning te vervallen.