Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.3.

Artikel 4.3.2.

Beleid

Onderdeel van Gemeentelijk Watertaken Programma 2025-2028

De gemeente hanteert als definitie voor grondwateroverlast: ‘Een ontwateringsdiepte kleiner dan wenselijk in het openbare gebied’. Ontwateringsdiepte is de afstand van de grondwaterstand tot de as van de openbare weg. De grondwaterstand beïnvloeden we door de aanleg van drainage, hiervoor is voldoende drooglegging nodig. Drooglegging is de afstand tussen het oppervlaktewaterpeil en de as van de weg. Figuur 8 licht de samenhang tussen drooglegging en ontwateringsdiepte toe. Figuur 8. Drooglegging en opbolling uitgelegd. Grondwateroverlast is niet altijd te voorkomen. Zo is tijdens aanleg van de meeste wijken in Boskoop een kleine drooglegging gehanteerd. Voor bestaande bouw geldt voor het beleid een inspanningsverplichting, voor nieuwbouw geldt wel een resultaatsverplichting. Grondwater Grondwater Omgevingsvisie: Droogte en verzilting Doel: Het beperken van overlast en schade voor de functies in het openbare gebied door een te hoge of te lage grondwaterstand. Nieuw beleid De drooglegging is bij nieuwbouw tenminste 1,25 m (as van de weg tot waterpeil). We vermijden verontreiniging van het grondwater door lozingen op de bodem. We passen de voorkeursvolgorde voor het lozen van bemalingswater toe: op de bodem, in het oppervlaktewater, op het hemelwaterriool en dan pas op het vuilwaterriool. We verminderen verzilting door het voorkomen opbarsten van de bodem (4.3.3). Bij de aanleg van nieuwe riolen is geen spanningsbemaling nodig (4.3.3). We verminderen de effecten van droogte door hemelwater ondergronds vast te houden. Bestaand beleid Een wenselijk ontwateringsdiepte is structureel niet kleiner dan 0,70 m onder de as van de weg. We toetsen ingrepen in de fysieke leefomgeving op langdurige gevolgen voor de grondwaterstand. Gebiedsspecifieke aanpak Bebouwde kern Lintbebouwing Buitengebied Bij vervanging van lekke riolen leggen we drainage mee. We geven particulieren de mogelijkheid om aan te sluiten. Drainage sluiten we aan op het oppervlaktewater. We leggen geen drainage aan. Het oppervlaktewater bepaalt hier de grondwaterstand. We leggen geen drainage aan. Het oppervlaktewater bepaalt hier de grondwaterstand. Oeverwallandschap Hier infiltreren we hemelwater in de bodem. Veenweidegebied Hier kijken we per situatie of drainage de beste oplossing is. Ophogen van de weg kan ook de ontwateringsdiepte vergroten. Droogmakerij Hier leggen we in de openbare ruimte drainage aan. We voorkomen opbarsten van de sleufbodem (4.3.3). We dichten wellen op maaiveld. Monitoring: We monitoren continue de grondwaterstand met peilbuizen. Melding Openbare Ruimte (MOR) van burgers monitoren we jaarlijks. Omgevingsplan: De drooglegging is bij nieuwbouw tenminste 1,25 m (as van de weg tot oppervlaktewaterpeil)

Rechtspraak bij dit artikel